Onlangs verschenen:
Drie vrouwen die te lang onzichtbaar bleven!
Voorwoord van Christien Brinkgreve:
De rol van vrouwen in de geschiedenis van de psychoanalyse heeft me altijd gefascineerd. Anders dan in de meeste andere professies begin twintigste eeuw werden vrouwen toegelaten tot de kring van psychoanalytische beroepsbeoefenaren, oefenden het vak uit, en deden mee in de discussies waarin de theorie gestalte kreeg. Ze droegen begrippen aan die door Freud dankbaar werden aanvaard en in de geschriften opgenomen. Maar hoe belangrijk hun bijdrage ook was, hun naam kwam slechts terecht in een zijdelingse vermelding of voetnoot. Dat tekent de dubbele positie: ze kregen stem, maar in de geschriften en de annalen van de geschiedschrijving werd hun een onaanzienlijker plaats toegewezen dan hun op grond van hun verdiensten toekwam. Dat laatste is aan het veranderen: de bijdragen van Sabina Spielrein en Lou Salomé zijn de laatste jaren uitvoeriger belicht, en ook het hier voorliggende boek van Jacob Slavenburg brengt de rol van deze vrouwen helder voor het voetlicht. De auteur heeft een derde vrouw toegevoegd, Tatiana Rosenthal, die ik niet kende: drie Russische pioniers in de vroege psychoanalyse.
De focus in het boek ligt op seksualiteit, hoofdthema in het werk van Freud, in zijn ogen de kern van zijn theorie, en ook de splijtzwam met Jung en Adler, twee andere analytici van het eerste uur. De laatste scheidde zich al vroeg af van de groep rond Freud, richtte zich op het gevoel van minderwaardigheid als drijvende kracht in de psychische huishouding van mensen en hun pogingen dat pijnlijke gevoel te compenseren. Jung splitste zich later af, hij vatte libido ruimer op dan seksuele driften, bij hem ging het ook om levensdrift, om psychische energie, en daarmee ging hij Freuds paden te buiten. Voor Freud een te fundamentele afwijking van zijn leer, verschillen die niet verdragen werden, wat leidde tot conflicten en afsplitsingen – een constante in de geschiedenis van de psychoanalytische beweging.
Het boek doet zorgvuldig verslag van de ontwikkelingen in de psychoanalytische theorie over seksualiteit. Wat mij vooral fascineert is het leven van deze drie vrouwen. De auteur heeft grondig werk gemaakt van het uitzoeken van hun levensgeschiedenis en van hun werk. Wat me treft is hoe internationaal deze vrouwen opereerden: uit Rusland vertrokken, zich in Berlijn, Zürich en Wenen vestigend om bij Freud of Jung in de leer te gaan, gegrepen door de psychoanalytische manier van kijken en behandelen. Alle drie hielden ze zich bezig met de theorievorming over seksualiteit, als gezegd een voorname kwestie binnen de psychoanalyse. Ze leverden interessante bijdragen aan de psychoanalytische theorie. Het begrip doodsdrift, ingelijfd als belangrijk element in het psychoanalytisch denken, is afkomstig van Sabina Spielrein. Lou Salomé schreef interessante artikelen over narcisme en erotiek, de vroegste psychoanalytische bijdrage uitsluitend over vrouwelijke seksualiteit is van haar hand. Ook Tatiana Rosenthal schreef uitvoerig over seksualiteit, net als Jung had zij bezwaar tegen wat zij het ‘psychoseksuele monisme’ noemde. Ze zette instituten op voor psychoanalytische behandelingen, en was een voorloper op het gebied van de kinderpsychotherapie.
De psychoanalyse kwam gedurende een korte periode tot bloei in Rusland, waar Spielrein en Rosenthal weer waren teruggekeerd. Een episode waarin gepoogd werd een synthese tot stand te brengen tussen psychoanalyse en marxisme, wat door het opkomend stalinisme hardhandig de kop werd ingedrukt. De instituten werden gesloten, de medewerkers ontslagen. In Rusland raakte de psychoanalyse, ooit gezien als bevrijdende leer, in opspraak als reactionaire theorie en verboden verklaard. In nazi-Duitsland van de jaren dertig trof het, als Joodse wetenschap, eenzelfde lot.
Slavenburg laat goed de historische context zien waarin de levens van deze vrouwen zich afspeelden. Hun intelligentie, creativiteit en vastberadenheid is indrukwekkend. De opkomst van nazisme en stalinisme gooit hardhandig roet in het eten. De politieke ontwikkelingen betekenen ook het einde van het leven van beide vrouwen: Rosenthal pleegt, gedesillusioneerd na de arrestatie van haar man, het verlies van haar werk en de instorting van de hoop op sociaal-democratische hervormingen, een eind aan haar leven. Spielrein, teruggekeerd naar haar geboorteplaats Rostow on Don, wordt na de bezetting door Duitse troepen in 1942 opgepakt en met haar beide kinderen doodgeschoten. Alleen Lou Salomé sterft in haar woonplaats Göttingen een natuurlijke dood; een paar dagen na haar overlijden dringen nazi’s haar huis binnen en confisqueren haar bibliotheek.
De bijna zakelijke manier waarop Slavenburg dit beschrijft werkt des te sterker: je ervaart hoe het leven van deze bijzondere vrouwen zich ontwikkelt en ruw ten einde wordt gebracht. Het is belangrijk om hun grote bijdrage aan de psychoanalyse en hun kennishonger en levensmoed te blijven herinneren. Dankzij dit boek krijgen ze de plaats die hun toekomt.
Bestel het boek via de lokale boekhandel en internet, zoals bij www.bol.com


